ECLI:NL:CRVB:2009:BH0059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAZ-uitkering zelfstandige met arbeidsongeschiktheid van 55-65%
Appellant, een zelfstandige detaillist in de verkoop van snoep, ijs en tabak, viel op 8 december 2003 uit wegens klachten aan heup, knieën, rug en cognitieve problemen. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAZ-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar.
In hoger beroep stelt appellant dat de beperkingen en de geschiktheid voor geduide functies onjuist zijn vastgesteld en dat het maatmaninkomen verkeerd is berekend. De Raad overweegt dat het beroep mede gericht is tegen het nieuwe besluit van 5 juni 2008, waarin een WAZ-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
De Raad onderschrijft de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van een 40-urige werkweek als norm. De geduide functies zijn voldoende en passend toegelicht, en de signaleringen blijven binnen de belastbaarheid. De berekening van het maatmaninkomen op basis van de fiscale nettowinst over de jaren 2000-2002 is juist, waarbij de FOR-dotaties terecht buiten beschouwing zijn gelaten.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van de WAZ-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% wordt bevestigd.