ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5797
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen en maatmanloon bij WAZ-uitkering na scooterongeluk
Eiser, een zelfstandig schilder, raakte in april 2001 arbeidsongeschikt door een scooterongeluk in Thailand. Na diverse besluiten en rechtszaken werd hem per 4 november 2005 een WAZ-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het geschil betrof de juiste vaststelling van het maatmaninkomen en het maatmanloon waarop de uitkering is gebaseerd.
Eiser stelde dat het jaar 2000 niet representatief was voor zijn verdiencapaciteit omdat de fiscus toen ambtshalve een nettowinst van nihil had vastgesteld, terwijl hij wel omzet had gemaakt. Ook voerde hij aan dat de maatmanomvang van 40 uur per week te hoog was, omdat hij niet het hele jaar door werkte. De rechtbank stelde vast dat eiser door het ongeluk niet in staat was belastingaangifte te doen over 2000 en dat de ambtshalve vastgestelde winst over dat jaar geen reële afspiegeling vormde van zijn verdiencapaciteit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten afwijken van de hoofdregel en het jaar 2000 buiten beschouwing had moeten laten bij de berekening van het maatmaninkomen. De maatmanomvang van 40 uur per week werd gehandhaafd omdat het niet gebruikelijk is om rekening te houden met niet-werkperiodes en eiser in de weken dat hij werkte zijn inkomen voor het hele jaar verdiende.
De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen een termijn het gebrek in het besluit moest herstellen en stelde verdere beslissing aan. Het beroep van eiser was ontvankelijk vanwege het belang bij een juiste vaststelling van het maatmaninkomen voor mogelijke toekomstige toepassing van artikel 58 WAZ Pro.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat verweerder het gebrek in de berekening van het maatmaninkomen moet herstellen en houdt verdere beslissing aan.