ECLI:NL:CRVB:2009:BH0865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake intrekking WAZ-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellant, een voormalig zelfstandig taxichauffeur, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering vanwege nekklachten. Na een heronderzoek in 2003 trok het Uwv de uitkering per 10 februari 2004 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Appellant maakte bezwaar, dat in 2004 werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam vernietigde in 2005 het besluit van 8 juni 2004 wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar verwierp zonder voorbehoud de medische beroepsgronden.
In een tweede procedure verklaarde de rechtbank het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische beroepsgronden reeds onherroepelijk waren verworpen en appellant geen nieuwe beroepsgronden had aangevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de medische en arbeidskundige gronden onlosmakelijk verbonden zijn en dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel over de medische gronden had gegeven.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat vaste rechtspraak vereist dat medische beroepsgronden die uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen in een eerdere onherroepelijke uitspraak, in een tweede procedure niet opnieuw aan de orde kunnen komen, tenzij er sprake is van nauwe verwevenheid met nieuwe beroepsgronden. De Raad volgde appellant hierin niet, omdat de medische beperkingen als vaststaand gegeven gelden bij de arbeidskundige beoordeling en er geen nieuwe medische gegevens waren. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.