ECLI:NL:CRVB:2012:BX3575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WGA-uitkering na beoordeling functionele mogelijkhedenlijst
Appellant ontving vanaf 23 juli 2007 een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV stelde later vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en introk de uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de rechtbank Almelo in december 2009 het besluit vernietigde en het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen, met uitzondering van twee punten (4.3 en 4.6) van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) die onvoldoende waren gemotiveerd.
In januari 2010 verklaarde het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in april 2011 en beperkte het geschil tot de punten 4.3 en 4.6 van de FML. Appellant stelde in hoger beroep dat hij voor alle repeterende fysieke belasting van nek en armen beperkt is en dat het geschil uitgebreid moet worden vanwege nieuwe beperkingen die het UWV had aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht de overige gronden van appellant niet opnieuw inhoudelijk heeft beoordeeld, conform vaste rechtspraak. De Raad stelt vast dat het UWV bij de beoordeling voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant en dat hij met de vastgestelde functionele mogelijkheden in staat wordt geacht de voorgehouden functies te vervullen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant met de vastgestelde functionele mogelijkheden de voorgehouden functies kan vervullen.