ECLI:NL:CRVB:2009:BH0869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks klachten concentratieverlies
Appellante, met psychische klachten en fysieke beperkingen, kreeg een WAO-uitkering toegekend die later werd herzien door het Uwv naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep werd betoogd dat onvoldoende rekening was gehouden met haar concentratieverlies en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Raad overwoog dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig onderzoek hadden gedaan, waarbij het concentratievermogen expliciet was beoordeeld en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst adequaat waren vastgelegd. De geselecteerde functies vereisten geen hoge concentratie en voldeden aan de belastbaarheidsnormen.
De Raad verwierp de stellingen van appellante dat de arbeidskundige onderbouwing onjuist was en dat de rechtbank onterecht de beoordeling van slechts drie functies had volstaan. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarbij geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd; appellante is geschikt voor routinematige werkzaamheden ondanks concentratieklachten.