ECLI:NL:CRVB:2009:BH1002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schattenderwijze vaststelling inkomen bij herziening WAO-uitkering
Appellant ontving sinds 17 januari 1996 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV concludeerde na een onderzoek naar werknemersfraude dat appellant in de periode van 23 augustus 2000 tot 21 december 2001 werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, wat leidde tot aanpassing van zijn uitkering.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV over de toepassing van artikel 44 WAO Pro en beval een nieuw besluit. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de uitkering over de periode schattenderwijs werd vastgesteld met verschillende percentages arbeidsongeschiktheid en uitbetalingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op juiste wijze, op basis van het frauderapport en aanvullende gegevens zoals getuigenverklaringen en brandstofbonnen, het inkomen van appellant schattenderwijs heeft vastgesteld. De Raad verwierp de stellingen van appellant over het aantal vrije dagen en het uurloon, en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 januari 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van 16 augustus 2007 wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bevestigd.