ECLI:NL:CRVB:2009:BH1004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn medische beperkingen ernstiger zijn dan door het UWV werd aangenomen en betwistte het rapport van de door het UWV ingeschakelde neuroloog.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en motiveerde uitgebreid waarom het oordeel van het UWV standhield. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en stelt vast dat er geen grote verschillen van inzicht bestaan tussen de behandelend psychiater van appellant en de door het UWV ingeschakelde arts over de psychische gesteldheid van appellant.
Hoewel de behandelend psychiater andere consequenties verbindt aan de psychische gesteldheid, acht de Raad het oordeel van de UWV-arts over de beperkingen voor arbeid verrichten terecht gevolgd. Het hoger beroep van appellant wordt dan ook verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering bevestigd.