ECLI:NL:CRVB:2009:BH1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete Toeslagenwet na werkzaamheden zonder melding
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin haar toeslag over 2003 en 2004 werd herzien, een bedrag van €188,12 werd teruggevorderd en een boete van €45 werd opgelegd wegens het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden voor onderzoeksbureaus.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat voldoende grondslag bestond voor de herziening en terugvordering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de stelling dat investeringen de situatie rechtvaardigden, werden verworpen. Ook werden geen dringende redenen gevonden om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen fraude had gepleegd, dat zij telefonisch contact had gehad met het UWV over de gevolgen van haar werkzaamheden, en dat de betalingen bruto waren waar nog onkosten van af moesten. De Raad oordeelde dat deze argumenten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De verklaring van een bv over de betalingen gaf geen duidelijkheid over de onkostenvergoedingen, zodat ook dit niet tot een ander oordeel leidde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en boete worden bevestigd.