ECLI:NL:CRVB:2009:BH1205

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5481 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering terugkomen op rechtens onaantastbare besluiten inzake WAO-uitkering

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 28 september 2006, waarin het UWV weigerde terug te komen op twee eerdere onherroepelijke besluiten uit 1999 en 2000. Deze besluiten betreffen de verrekening van haar WAO-uitkering over de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 september 1999 met de door haar genoten bijstandsuitkering.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd bevestigd dat het UWV bij het besluit van 28 september 2006 mocht uitgaan van de onherroepelijkheid van de eerdere besluiten.

De Raad concludeert dat appellante onvoldoende gronden heeft aangevoerd om terug te komen op de eerdere besluiten en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op eerdere onherroepelijke besluiten en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

07/5481 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2007, 06/2927 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2008. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door R. Zaagsma.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 28 september 2006, waarbij het Uwv – beslissend op bezwaar – onder verwijzing naar de in rechte onaantastbaar geworden besluiten van 28 september 1999 en 12 januari 2000 heeft gehandhaafd de weigering om terug te komen van deze twee besluiten en de over de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 september 1999 met de door appellante genoten bijstandsuitkering verrekende WAO-uitkering aan appellante uit te betalen.
2. De rechtbank heeft het beroep – op de in de uitspraak opgenomen overwegingen – ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat haar WAO-uitkering over de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 september 1999 ten onrechte is verrekend met de genoten bijstandsuitkering en niet aan haar is uitbetaald.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gehanteerde overwegingen en maakt deze tot de zijne. De Raad verwijst in dit verband nog naar zijn uitspraak van 4 juli 2006 (04/5059) waarin is overwogen dat het Uwv bij het nog te nemen besluit op bezwaar – het besluit van 28 september 2006 – mocht betrekken dat al eerder onherroepelijk is beslist over de door appellante verzochte uitbetaling. In het licht hiervan heeft de rechtbank terecht overwogen dat appellante bij haar verzoek om terug te komen op de besluiten van 28 september 1999 en 12 januari 2000 nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had moeten vermelden. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellante dat heeft nagelaten en het Uwv bij besluit van 28 september 2006 de bezwaren van appellante terecht ongegrond heeft verklaard.
5. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en R.P.Th. Elshoff als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2009.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) A.C. Palmboom.
CVG