ECLI:NL:CRVB:2009:BH1764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake toestemming vrijwilligerswerk en procesbelang bij WWB
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over het weigeren van toestemming voor vrijwilligerswerk onder de Wet werk en bijstand (WWB). X. had aanvankelijk geen toestemming gekregen om vrijwilligerswerk te verrichten bij Stichting 1, maar na bezwaar werd deze toestemming alsnog verleend met een einddatum van 10 februari 2006. Stichting 2, Stichting 3 en Y. stelden hoger beroep in, maar hadden geen beroep bij de rechtbank ingesteld.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep van Stichting 2, Stichting 3 en Y. niet-ontvankelijk is omdat zij redelijkerwijs hadden moeten bezwaren bij de rechtbank. Stichting 1 was in staat van faillissement verklaard, waardoor het beoogde doel van het vrijwilligerswerk niet meer verwezenlijkt kon worden, en de rechtbank heeft het beroep van Stichting 1 terecht niet-ontvankelijk verklaard.
X. heeft nog een resterend procesbelang omdat hij schade stelt te hebben geleden door het niet kunnen voortzetten van het vrijwilligerswerk, met name het mislopen van een activeringspremie. De Raad verklaart het hoger beroep van X. gegrond, vernietigt het eerdere oordeel en behandelt de zaak zelf. De beperking van het vrijwilligerswerk tot 10 februari 2006 wordt echter als rechtmatig beoordeeld, omdat de periode van zeven maanden voldoende was voor X. om werkervaring en sociale vaardigheden op te doen.
Nieuwe besluiten van het College van 11 september 2008 worden niet door de Raad behandeld omdat deze besluiten betrekking hebben op andere rechtsgevolgen. De memorie met betrekking tot deze besluiten wordt doorgezonden naar het College en de rechtbank.
De uitspraak bevestigt het belang van procesbelang en tijdige beroepsprocedures, en benadrukt de redelijkheid van beperkingen in vrijwilligerswerk bij faillissement van de betrokken stichting.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting 2, Stichting 3 en Y. wordt niet-ontvankelijk verklaard; het beroep van Stichting 1 is niet-ontvankelijk; het hoger beroep van X. wordt gegrond verklaard maar het besluit tot beperking van vrijwilligerswerk blijft gehandhaafd.