ECLI:NL:CRVB:2009:BH2141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Den Helder tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen en pas in 2007 kennis kon nemen, waardoor de beroepstermijn pas toen zou zijn aangevangen. De Raad onderzocht de verzending en ontvangst van het besluit en concludeerde dat het besluit op 22 juni 2005 was verzonden en dat appellant het besluit redelijkerwijs moet hebben ontvangen.
De Raad baseerde dit onder meer op het feit dat het originele besluit in augustus 2007 bij een doorzoeking van het postadres van appellant werd aangetroffen en dat appellant bij de rechtbank een kopie van het advies van de commissie bezwaarschriften had overgelegd, wat bij het besluit was gevoegd.
Hierdoor werd de termijn voor het indienen van beroep vastgesteld van 23 juni 2005 tot 3 augustus 2005. Aangezien appellant pas in januari 2007 beroep instelde, was de termijn ruimschoots overschreden zonder verschoonbare reden. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.