ECLI:NL:CRVB:2009:BH2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellante heeft meerdere keren een aanvraag om bijstand ingediend waarbij zij steeds hetzelfde adres als woonadres heeft opgegeven. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage heeft deze aanvragen afgewezen omdat appellante niet op het opgegeven adres woonde en geen objectief verifieerbare gegevens over haar verblijfplaats heeft verstrekt.
Na huisbezoeken waarbij appellante niet werd aangetroffen en het niet opvolgen van verzoeken tot contact, heeft het College de aanvragen afgewezen wegens niet voldoen aan de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Appellante voerde aan dat zij tijdelijk elders verbleef en dat de reactietermijn onredelijk was, maar slaagde er niet in dit met verifieerbare gegevens te onderbouwen.
De Raad oordeelt dat het College terecht heeft geoordeeld dat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres en dat zij onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over haar feitelijke verblijfplaats. Ook de stelling dat de laatste aanvraag een nieuwe aanvraag betrof die opnieuw inhoudelijk beoordeeld had moeten worden, wordt verworpen omdat appellante geen relevante wijziging in omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd en de hoger beroepen worden ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens niet woonachtig zijn op het opgegeven adres en onvoldoende naleving van de inlichtingenplicht.