ECLI:NL:CRVB:2009:BH2302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs woonplaats
Appellante diende een aanvraag om bijstand in met opgave van een woonadres waar zij volgens haar zou verblijven. Na meerdere onaangekondigde huisbezoeken waarbij niemand werd aangetroffen en vaststelling dat appellante zich op die momenten elders bevond, concludeerde het College dat zij niet woonachtig was op het opgegeven adres. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond vanwege schending van de inlichtingenplicht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk woonde op het opgegeven adres en verwees zij naar persoonlijke bezittingen en een verklaring ter ondersteuning. De Raad oordeelde echter dat de feiten, waaronder de afwezigheid bij huisbezoeken, het merendeel van haar bezittingen op een ander adres en de financiële transacties, onvoldoende duidelijkheid boden over haar woonplaats.
De Raad bevestigde dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenplicht zoals voorgeschreven in de WWB en Abw, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.