ECLI:NL:CRVB:2009:BH2450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening AOW-uitkering wegens onrechtmatig huisbezoek
Appellant ontving vanaf januari 2000 een AOW-uitkering op basis van de ongehuwde norm. Op 6 oktober 2004 voerde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een huisbezoek uit, waarbij werd vastgesteld dat appellant een gezamenlijke huishouding voert met zijn partner. Op basis hiervan werd de AOW-uitkering herzien naar de gehuwde norm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen causaal verband was tussen het onrechtmatige huisbezoek en de verklaringen van appellant. Appellant stelde echter dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dus niet gebruikt mocht worden.
De Raad oordeelde dat het onrechtmatig verkregen bewijs niet buiten beschouwing mocht blijven, omdat het onaannemelijk is dat appellant dezelfde gegevens zou hebben verstrekt als het onderzoek elders had plaatsgevonden. Er was geen ander bewijs dat een gezamenlijke huishouding aantoonde. Daarom werd het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering.
De Raad herroept tevens het eerdere besluit van 12 januari 2005 en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de AOW-uitkering wordt vernietigd wegens onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende motivering.