ECLI:NL:CRVB:2009:BH2844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens reeds bestaande volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant trad op 31 augustus 2001 in dienst bij een werkgever en meldde zich op 29 oktober 2001 ziek. Het Uwv weigerde een WAO-uitkering omdat appellant bij aanvang van zijn verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. Later trad appellant op 30 september 2003 opnieuw in dienst bij dezelfde werkgever en werd op 27 juli 2004 ziek gemeld. Het Uwv weigerde vervolgens een WIA-uitkering met als reden dat appellant reeds volledig arbeidsongeschikt was bij aanvang van zijn verzekering.
Appellant voerde aan dat op grond van overgangsbepalingen de WAO in plaats van de WIA van toepassing zou moeten zijn en dat hij langer dan drie maanden had gewerkt. De Raad oordeelde dat artikel 124 van Pro de Wet WIA een speciale voorziening bevat die het Uwv toestaat het uitkeringsrecht op grond van de WIA te beoordelen. De Raad stelde vast dat de jurisprudentie over artikel 30 WAO Pro ook geldt voor artikel 43 WIA Pro.
De Raad concludeerde dat appellant op 30 september 2003 reeds volledig arbeidsongeschikt was, zoals blijkt uit rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. De duur van de werkzaamheden was onvoldoende om dit te weerleggen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant reeds bij aanvang van zijn verzekering volledig arbeidsongeschikt was.