ECLI:NL:CRVB:2009:BH2864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet rechtsgeldig
Betrokkene ontving sinds 1998 een WAO-uitkering die in 2006 werd ingetrokken door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit vanwege een gebrek in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, dat was uitgevoerd door een niet-geregistreerde verzekeringsarts in opleiding zonder dat dit gebrek tijdens bezwaar werd hersteld.
Het UWV stelde in hoger beroep primair dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat de arts nog niet geregistreerd was, en subsidiair dat het gebrek was hersteld tijdens bezwaar door een oriënterend onderzoek van een bezwaarverzekeringsarts. De Raad verwierp deze stellingen omdat de bezwaarverzekeringsarts geen medisch onderzoek had verricht, slechts vragen had gesteld tijdens de hoorzitting, en het verslag hiervan geen melding maakte van een medisch onderzoek.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een medisch onderzoek door een geregistreerde verzekeringsarts een ernstig gebrek vormt dat niet door aanwezigheid bij een hoorzitting kan worden hersteld. Omdat in deze zaak geen situatie bestond waarin het onderzoek achterwege kon blijven, werd het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering vernietigd en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek.