ECLI:NL:CRVB:2009:BH2868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende objectief medisch arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAJONG-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1 november 2000. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het UWV vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar bevestigde de verzekeringsgeneeskundige beoordeling.
Appellante diende een nieuwe aanvraag in met klachten passend bij chronisch vermoeidheidssyndroom. Het UWV bleef bij de weigering omdat geen toename van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep benoemde meerdere deskundigen, waaronder een internist en een neuroloog/psychiater, die concludeerden dat er geen objectief meetbare afwijkingen waren die volledige arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen.
Hoewel appellante ernstige klachten rapporteerde en behandelaars een psychiatrische stoornis constateerden, vond de Raad dat deze niet voldoende objectief waren om de eis van volledige arbeidsongeschiktheid te ondersteunen. De Raad volgde de deskundigen en bevestigde het besluit van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende objectief medisch vastgestelde arbeidsongeschiktheid.