ECLI:NL:CRVB:2009:BH3073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting prikkelvrije werkomgeving
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 11 juli 2006 in te trekken. De rechtbank Groningen vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand na nadere toelichting over de geschiktheid van de geduide functies.
In hoger beroep verwees appellant naar eerdere bezwaren en stelde dat de functies niet voldeden aan de eis van een steriele werkomgeving. Tevens wees hij op de uitkering van ziekengeld sinds maart 2007.
De Raad onderschreef echter de motivering van de rechtbank en oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had toegelicht waarom een prikkelvrije werkomgeving niet noodzakelijk was, mede gelet op het feit dat appellant ondanks zijn longproblemen bleef roken. De eis van een prikkelarme werkomgeving volstaat.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.