ECLI:NL:CRVB:2009:BH3341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Herstel verzuim arbeidsinschakeling en gevolgen bijstandintrekking en -verlaging
Appellant ontving bijstand van de gemeente Hoogeveen en werd geconfronteerd met verlagingen en intrekkingen van zijn bijstandsuitkering wegens vermeend verzuim om mee te werken aan arbeidsinschakeling. Het College had de bijstand opgeschort en later ingetrokken vanwege het niet verschijnen op een gesprek en het weigeren van het verstrekken van zijn verblijfplaats.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant het verzuim heeft hersteld door alsnog te verschijnen op een later gesprek, waardoor de intrekking van de bijstand met ingang van 1 december 2005 niet gerechtvaardigd was. De Raad vernietigt het besluit van 27 februari 2006 en verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Ten aanzien van de verlaging van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling over de periode van 1 september 2005 tot en met 28 februari 2006, stelt de Raad vast dat de verlaging beperkt moet blijven tot 1 oktober 2005 tot en met 30 november 2005. De Raad bevestigt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet mee te werken, maar acht een verlaging van 100% over deze kortere periode passend. De Raad vernietigt ook het besluit van 8 maart 2006 en herroept het besluit van 16 september 2005. Tot slot veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking en verlaging van bijstand deels en bepaalt een aangepaste verlaging over een beperkte periode.