ECLI:NL:CRVB:2009:BH3690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek loskoppeling ouderlijk inkomen bij studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs niet-ontvangen alimentatie
Appellant verzocht om het inkomen van zijn vader buiten beschouwing te laten bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs studiefinanciering (loskoppeling). Dit verzoek werd door de IB-Groep afgewezen omdat appellant verondersteld werd alimentatie te ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de alimentatie al 12 maanden oninbaar was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de alimentatie wel oninbaar was en overlegde correspondentie met het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). De Raad oordeelde dat appellant voldoende bewijs moest leveren, bijvoorbeeld een verklaring van het LBIO, om aannemelijk te maken dat hij de alimentatie niet ontvangt.
Appellant slaagde hier niet in omdat het formulier voor overname inning kinderalimentatie niet bij het LBIO was geregistreerd en hij niet aannemelijk had gemaakt dat het formulier was verzonden of ontvangen. Ook de stelling dat het LBIO niet optimaal functioneert, bood geen grond voor andersluidende conclusie.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot loskoppeling omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de alimentatie niet ontvangt.