ECLI:NL:CRVB:2009:BH3691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en urenomvang bij WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd aangepast van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 5 december 2005. Het UWV baseerde dit op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin haar belastbaarheid en restverdiencapaciteit waren vastgesteld.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De rechtbank oordeelde dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en dat de functies passend waren, ondanks een lichte overschrijding van de urenomvang bij één functie.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onder meer over de berekening van de reductiefactor en de passendheid van functies. De Raad oordeelde dat de belastbaarheid niet was overschat, de reductiefactor correct werd toegepast volgens het Besluit beleidsregels uurloonschatting 2004, en dat de functies passend waren. De Raad vernietigde het deel van de rechtbankuitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet, stelde de arbeidsongeschiktheidsklasse vast op 35-45%, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Arbeidsongeschiktheidsklasse vastgesteld op 35 tot 45% en vernietiging van het deel van de rechtbankuitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet.