ECLI:NL:CRVB:2009:BH4035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde Ziektewet- en WAO-uitkeringen wegens niet-verzekering
Appellante was werkzaam bij een werkgever in twee functies, waarvan één niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. Zij ontving onterecht uitkeringen op grond van de Ziektewet (ZW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Na een onderzoek door het UWV werd vastgesteld dat zij geen recht had op deze uitkeringen voor het niet-verzekerde werk.
De rechtbank oordeelde dat terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkeringen gerechtvaardigd was en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat zij niet verzekerd was en dat terugvordering op grond van artikel 33 ZW Pro niet mogelijk was, en dat terugwerkende kracht in strijd was met rechtszekerheid.
De Raad bevestigde de rechtmatigheid van de terugvordering en oordeelde dat het UWV verplicht is onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen, tenzij sprake is van dringende redenen, welke hier niet zijn vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat appellante haar informatieplicht had geschonden en dat de terugwerkende kracht niet in strijd is met rechtszekerheid. De Raad vernietigde delen van de eerdere uitspraken en beslissingen waar de wettelijke grondslag ontbrak, en stelde het terugvorderingsbedrag vast. Proceskosten werden aan appellante toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde ZW- en WAO-uitkeringen en wijst het beroep van appellante af.