ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en boete WAO-uitkering wegens freelance werkzaamheden
Appellant was sinds 1982 werkzaam als postsorteerder en daarnaast als freelance tolk/vertaler. Na arbeidsongeschiktheid in 1983 en het staken van de tolkwerkzaamheden, hervatte hij deze in 1998 zonder het UWV te informeren. Het UWV herzag daarop zijn WAO-uitkering en legde een boete op wegens niet-naleving van de mededelingsplicht.
De rechtbanken oordeelden dat het UWV terecht de uitkering had herzien en een boete had opgelegd. Appellant stelde in hoger beroep dat de freelance werkzaamheden buiten de WAO-verzekering vielen en geen invloed mochten hebben op zijn uitkering. Tevens betwistte hij de boete omdat er geen sprake was van benadeling.
De Raad overwoog dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of appellant ten tijde van arbeidsongeschiktheid een combinatie van functies had, waarvan één niet WAO-verzekerd was. Hierdoor was de voorbereiding van de besluiten onzorgvuldig en ontbrak een draagkrachtige motivering. De Raad vernietigde de besluiten en oordeelde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd het hoger beroep tegen één uitspraak niet-ontvankelijk verklaard en werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en gelast nieuwe besluiten met inachtneming van de overwegingen.