ECLI:NL:CRVB:2009:BH4066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto Wajong-uitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellante ontving een Wajong-uitkering die door het UWV werd gekort vanwege inkomsten uit arbeid over de periode van augustus 2000 tot juli 2005. Het UWV vorderde het te veel betaalde bedrag van € 11.591,41 bruto terug, wat door appellante werd bestreden. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid, waarna het UWV een nieuw besluit nam met een gespecificeerde berekening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 28 juni 2005, waarop de terugvordering is gebaseerd, onaantastbaar is omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden die terugvordering konden verhinderen. Ook het beroep op het trage handelen van het UWV en het ontbreken van overleg vooraf werd verworpen, aangezien het UWV wel degelijk contact had gehad en rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van appellante.
Verder bevestigde de Raad dat terugvordering van bruto bedragen gebruikelijk is als de fiscale periode is afgesloten, en dat de door het UWV gehanteerde vaste gedragslijn waarbij loonheffing niet wordt teruggevorderd indien het UWV schuld treft, hier correct is toegepast. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 4 april 2007 werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het bruto bedrag bevestigd.