ECLI:NL:CRVB:2009:BH4454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens weigering arbeidskundig onderzoek
Appellant werd opgeroepen door het UWV om te verschijnen bij een arbeidsdeskundige voor een onderzoek in het kader van zijn WAO-uitkering. Ondanks meerdere oproepen, waaronder een aangetekende brief, verscheen appellant niet. Hij stelde dat hij de brieven niet had ontvangen vanwege verblijf op andere adressen en dat hij gedetineerd was tijdens een oproep.
Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en trok de uitkering per 1 november 2005 in omdat appellant niet aan zijn verplichting had voldaan. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat het arbeidskundig onderzoek niet nodig was omdat het UWV al over voldoende gegevens beschikte.
De Raad oordeelde dat een arbeidskundig onderzoek in beginsel noodzakelijk is en dat het UWV niet kon afzien van het gesprek met appellant. Het niet ontvangen van de brieven kwam voor risico van appellant, die nagelaten had zijn adreswijziging door te geven. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens weigering arbeidskundig onderzoek wordt bevestigd.