ECLI:NL:CRVB:2009:BH5146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens ontbreken jonggehandicaptenstatus
Appellant heeft in 2006 een aanvraag ingediend voor een WAJONG-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid die zou zijn ontstaan rond 1976/1977, ongeveer dertig jaar eerder. De rechtbank had het beroep van appellant tegen de weigering van deze uitkering ongegrond verklaard, omdat er onvoldoende bewijs was dat de beperkingen reeds op zijn zeventiende bestonden.
Appellant voerde aan dat het neurologisch rapport van Niewold wel degelijk aantoonde dat beperkingen al op die leeftijd aanwezig waren. De Raad overweegt echter dat het rapport onvoldoende objectieve medische onderbouwing bevat, aangezien de conclusie vooral gebaseerd is op de door appellant zelf aangegeven duur van coma en amnesie, zonder MRI- of CT-scan ter bevestiging. De CT-scan uit 2000 en het feit dat epilepsie pas in 1995 optrad, ondersteunen deze stelling niet.
Daarnaast wijst de Raad op het feit dat appellant zijn HAVO-diploma behaalde, een jaar HBO-V succesvol afrondde en twee jaar heeft gewerkt, wat niet wijst op arbeidsbeperkingen op jonge leeftijd. Gezien deze omstandigheden is het risico dat gegevens moeilijk te traceren zijn door de lange tijd tussen het vermeende ontstaan van de beperkingen en de aanvraag, voor rekening van appellant.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij jonggehandicapt is en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende bewijs van jonggehandicaptenstatus.