ECLI:NL:CRVB:2009:BH5147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAZ-uitkering na geschil over arbeidsongeschiktheid en urenomvang maatman
Appellant betwistte de intrekking van zijn WAZ-uitkering en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen en wisselvallige inzetbaarheid. Tevens stelde hij dat de urenomvang van de maatman ten onrechte op 60 uur per week was vastgesteld, terwijl hij 80 uur per week werkte.
De rechtbank Roermond had eerder geoordeeld dat het besluit van het Uwv op een toereikende medische grondslag berustte, maar vernietigde het besluit vanwege een onjuiste maximering van de urenomvang op 38 uur. Het Uwv stelde daarop de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast zonder maximering, wat leidde tot handhaving van de 35-45% arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat het Uwv voldoende had gemotiveerd dat de belasting in de functies binnen de vastgestelde beperkingen bleef en dat er onvoldoende bewijs was voor excessief ziekteverzuim. Ook werd de stelling dat de urenomvang van de maatman 80 uur per week was, niet aannemelijk geacht.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagde en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAZ-uitkering bleef daarmee onveranderd gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat de WAZ-uitkering onveranderd blijft met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.