ECLI:NL:CRVB:2009:BH5172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant, een zelfstandig smid, ontving sinds 1989 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een WAZ-uitkering. Na een herbeoordeling in 2005 trok het UWV de uitkering in op grond van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) die beperkte beperkingen vaststelde en geen verlies van verdienvermogen aannam.
In bezwaar en bij de rechtbank werd het besluit gehandhaafd. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende. In hoger beroep stelde appellant dat de beperkingen niet juist waren weergegeven en dat de medische geschiktheid onvoldoende was toegelicht. Nieuwe rapporten werden overgelegd.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag van de schatting pas in hoger beroep voldoende was onderbouwd. De eerdere rapporten van appellant waren onvoldoende onderbouwd en de aangepaste FML van het UWV was uiteindelijk adequaat. De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen.