ECLI:NL:CRVB:2009:BH5344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens weigering arbeidsdeskundig onderzoek
Appellant maakte aanspraak op een WAO-uitkering, maar werd opgeroepen voor een arbeidsdeskundig onderzoek. Hij verscheen niet op het spreekuur van de arbeidsdeskundige, hetgeen het UWV aanmerkte als niet-naleving van een wettelijke verplichting. Appellant voerde medische redenen aan, waaronder klachten passend bij het chronisch vermoeidheidssyndroom, ondersteund door een verklaring van zijn huisarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had geschorst en later ingetrokken vanwege het niet nakomen van de verplichting om te verschijnen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, maar de Raad stelde vast dat er geen medische gronden waren die het niet verschijnen rechtvaardigden.
De Raad benadrukte het belang van persoonlijk contact tussen de arbeidsdeskundige en de appellant voor een zorgvuldige beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Gezien het ontbreken van geldige medische redenen en de weigering van appellant, werd het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege weigering van appellant om te verschijnen voor het arbeidsdeskundig onderzoek zonder geldige medische gronden.