ECLI:NL:CRVB:2009:BH5380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstandsuitkering en vereiste aparte aanvraag
Appellante heeft zich op 18 juni 2004 bij het CWI gemeld voor een WW-uitkering, maar heeft geen aparte aanvraag voor bijstand ingediend. Later, op 11 november 2004, meldde zij zich opnieuw bij het CWI voor bijstand en diende uiteindelijk op 30 december 2004 een aanvraag in. Het College wees de bijstandsaanvraag aanvankelijk af, waarna diverse procedures volgden.
De rechtbank bepaalde dat bijstand met terugwerkende kracht vanaf 23 december 2004 moest worden toegekend, een oordeel dat het College opvolgde. Appellante stelde in hoger beroep dat de ingangsdatum van de bijstand op 18 juni 2004 of 11 november 2004 moest worden gesteld. De Raad oordeelde dat voor elke specifieke uitkering een afzonderlijke aanvraag vereist is en dat de melding van 18 juni 2004 niet kan gelden als aanvraag voor bijstand.
Verder werd geoordeeld dat de melding van 11 november 2004 wel de relevante meldingsdatum is, maar dat appellante door haar verblijf in het buitenland de aanvraag niet tijdig heeft ingediend. Bijstand wordt daarom toegekend vanaf 23 december 2004. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens geweigerd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt vastgesteld op 23 december 2004; hoger beroep wordt afgewezen.