ECLI:NL:CRVB:2012:BX0199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van terugwerkende kracht bij toekenning van bijstand na afwijzing WW-aanvraag
Appellant was laborant en werd op staande voet ontslagen. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die werd afgewezen wegens verwijtbare werkloosheid. Vervolgens vroeg appellant bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf de datum van afwijzing van de WW-aanvraag. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van melding, niet met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eerst de bezwaarprocedure bij het UWV moest afwachten en dat hij zich binnen twee dagen na afwijzing had gemeld. De Raad oordeelde dat het college buitenwettelijk begunstigend beleid voert waarbij bijstand met terugwerkende kracht kan worden toegekend als binnen een redelijke termijn (richtsnoer een week) wordt aangevraagd na afwijzing van een voorliggende voorziening.
Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hem was meegedeeld dat hij de bezwaarprocedure moest afwachten, en de redelijke termijn gaat lopen vanaf afwijzing van de WW-aanvraag, niet vanaf bezwaarafwijzing. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend omdat appellant niet binnen een redelijke termijn na afwijzing WW-aanvraag een bijstandsaanvraag heeft ingediend.