ECLI:NL:CRVB:2009:BH5806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekking AWW-pensioen wegens huwelijk in Egypte
Appellante ontving na het overlijden van haar echtgenoot een AWW-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok het AWW-pensioen in per 1 januari 1994 vanwege een huwelijk in Egypte met [K.] in 1993, bevestigd door een huwelijksakte. Appellante betwistte de rechtsgeldigheid van dit huwelijk en verzocht om herziening van de intrekking. De Svb wees dit verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een terugkomen op het eerdere besluit rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het verzoek van appellante een verzoek was om terug te komen op een eerder genomen besluit en dat volgens artikel 4:6 Awb Pro nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vereist zijn. Deze ontbraken, waardoor het verzoek terecht werd afgewezen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het beroep tegen het besluit van 12 december 2007 niet-ontvankelijk was omdat dat besluit niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 6:18 Awb Pro. De Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en wees het verzoek van de Svb daartoe af.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen van het besluit tot intrekking van het AWW-pensioen wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.