Uitspraak
OVERWEGINGEN
27 december 1993 tussen appellante en [naam] gesloten huwelijk. Aangezien niet is gebleken van evidente gebreken in de inhoud en de wijze van totstandkoming van de huwelijksakte stond het de Svb vrij op grond van het rechtsgeldig gesloten huwelijk het AWW-pensioen van appellante in te trekken.
15 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4681 en 14 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3742. Hierin heeft de Raad geoordeeld dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en dat ook overigens niet gezegd kan worden dat de Svb niet in redelijkheid tot het in die zaken bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel, zodat de Svb bevoegd was om met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het verzoek af te wijzen onder verwijzing naar het besluit van 29 oktober 1996.
29 oktober 1996 en 20 juni 1997. De Svb was derhalve wat betreft het verleden bevoegd om het verzoek om herziening van 21 november 2014 onder verwijzing naar de eerdere besluiten van 29 oktober 1996 en 20 juni 1997 af te wijzen.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.