ECLI:NL:CRVB:2009:BH5926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste woonadresopgave volgens WWB
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf daarbij een woonadres op. Naar aanleiding hiervan bracht het College een huisbezoek op het opgegeven adres, waaruit bleek dat appellant niet daadwerkelijk daar woonde. Hij beschikte niet over een eigen kamer, matras of voldoende persoonlijke bezittingen en kon geen toegang geven tot administratie, hetgeen de juistheid van zijn opgave betwijfelbaar maakte.
Het College wees de aanvraag af omdat appellant de inlichtingenverplichting uit artikel 17, eerste lid, WWB had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, waarbij hij het belang van correcte woonadresinformatie voor de beoordeling van het recht op bijstand benadrukte. De Raad oordeelde dat de culturele achtergrond van appellant, behorend tot de Roma-bevolkingsgroep, onvoldoende was om de bevindingen te weerleggen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens onjuiste woonadresopgave.