ECLI:NL:CRVB:2009:BH5969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende duurzame belastbaarheid
Appellant ontving sinds 21 juli 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Op 4 maart 2002 werd zijn belastbaarheid opnieuw beoordeeld, waarbij lichte psychische beperkingen werden vastgesteld, maar hij als belastbaar werd aangemerkt. Het Uwv trok daarop per 5 juni 2002 de WAO-uitkering in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen duurzame benutbare mogelijkheden waren en dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren. Diverse medische rapporten, waaronder die van psychiater Rübsaam, concludeerden echter dat appellant geen essentiële beperkingen had voor arbeid. De Raad achtte de medische beperkingen zoals vastgesteld door het Uwv niet onjuist en vond de arbeidskundige onderbouwing voldoende.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de procedure was overschreden, waardoor een nadere procedure omtrent schadevergoeding werd geopend. Het Uwv werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.