ECLI:NL:CRVB:2009:BH6064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
De appellant stelde in hoger beroep dat hij meer medische beperkingen heeft dan eerder aangenomen door het UWV en verwees naar een MRI-scan en een rapport van zijn medisch adviseur. De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering per 28 september 2005 in te trekken ongegrond verklaard, omdat het medisch rapport van de deskundige revalidatiearts zorgvuldig was opgesteld en geen aanwijzingen bevatte voor een post contusio beeld.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de nieuwe argumenten van appellant geen nieuwe gezichtspunten bevatten die tot een ander oordeel leiden. De bezwaarverzekeringsarts had het MRI-onderzoek beoordeeld en geen ernstige afwijkingen vastgesteld. De deskundige was op de hoogte van de MRI-resultaten en het rapport van de medisch adviseur en had deze informatie betrokken bij zijn beoordeling.
Ook de verklaring van de behandelend psychiater van appellant dat geen contusio cerebri was vastgesteld, bood geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen. De Raad concludeerde dat de beoordeling van het UWV en de rechtbank juist was en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.