ECLI:NL:CRVB:2009:BH6070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds november 1995 een volledige WAO-uitkering vanwege rugklachten. Het UWV trok deze uitkering per 4 september 2006 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, omdat de vastgestelde belastbaarheid en geschiktheid voor de voorgehouden functies voldoende waren gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door rugklachten en een hernia zwaar werden onderschat en dat het medisch onderzoek onvolledig was. Ook stelde zij dat er sprake was van leeftijdsdiscriminatie bij de beoordeling. De Raad overwoog echter dat geen nieuwe medische gegevens waren overgelegd die de eerdere beoordeling konden weerleggen, dat appellante zelf had aangegeven niet te kunnen reizen voor een hoorzitting, en dat de leeftijdsdiscriminatie niet was onderbouwd.
De Raad stelde dat de functies die aan appellante waren voorgehouden passend waren bij haar belastbaarheid. De nieuwe ziekmelding na de datum in geding werd niet meegenomen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.