ECLI:NL:CRVB:2009:BH6101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonadresverstrekking
Appellant ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en ontving aanvankelijk bijstand naar de norm voor gehuwden. Na scheiding werd de bijstand aangepast naar de norm voor alleenstaanden met een woonkostentoeslag van 10% van het netto minimumloon. Het College herzag de bijstand over een eerdere periode en vorderde kosten terug wegens een te hoge uitkering.
Op basis van huisbezoeken concludeerde het College dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres, waarop de bijstand werd ingetrokken. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing wegens onvoldoende motivering, maar verklaarde andere beroepen ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op een hogere woonkostentoeslag en betwistte de intrekking.
De Raad oordeelde dat appellant geen rechtsmiddel had aangewend tegen het besluit tot toekenning van de 10% toeslag, waardoor deze vaststaat. Ook was voldoende vastgesteld dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, waardoor het College terecht de bijstand introk. Het hoger beroep werd daarom deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond; de intrekking van bijstand wegens onjuiste woonadresverstrekking wordt bevestigd.