ECLI:NL:CRVB:2009:BH6106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig medewerkster secretariaat, staakte haar werkzaamheden in februari 2004 wegens arbeidsongeschiktheid en verzocht in november 2006 om een WIA-uitkering. Het UWV kende haar bij besluit van juni 2006 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van maart 2006, en verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit in november 2006 ongegrond.
Appellante stelde dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en daarom aanspraak maakte op een IVA-uitkering. De Raad oordeelde dat het UWV terecht een verlies aan verdienvermogen van 51% aannam en dat de FML niet onjuist was, ondanks een medisch schrijven van haar huisarts. Het UWV motiveerde in hoger beroep voldoende waarom appellante de voorgehouden functies kon vervullen en daarmee een inkomen kon verwerven met een resterend loonverlies van ongeveer 51%.
De Raad vernietigde het besluit van 9 november 2006 wegens strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro, omdat het UWV pas in hoger beroep een toereikende motivering gaf. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter geheel in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
De rechtbank Rotterdam had eerder het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij het medisch oordeel van het UWV onderschreef en stelde dat appellante onvoldoende medische stukken had overgelegd om haar beperkingen ernstiger te doen lijken. De Raad bevestigt deze beoordeling en benadrukt dat de arbeidskundige aspecten niet langer tot de taak van de rechtbank behoren bij de toetsing van het besluit.
De uitspraak bevestigt dat appellante recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering, waarbij het UWV haar terecht een loonverlies van 51% toerekent. De procedurele tekortkoming in de motivering leidt tot vernietiging van het besluit, maar niet tot wijziging van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en zij ontvangt een loongerelateerde WGA-uitkering met een loonverlies van circa 51%.