ECLI:NL:CRVB:2009:BH6423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen ieder een AOW-pensioen voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwonen, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in. Op 23 december 2005 werden beide appellanten samen aangetroffen in de woning van appellant 1. De Svb herzag daarop hun pensioenen met ingang van 1 februari 2006 en stelde deze vast als ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten tegen deze herziening ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dit oordeel, maar de Raad oordeelde dat zij voldoen aan de objectieve criteria voor een gezamenlijke huishouding: het hebben van hoofdverblijf in dezelfde woning en het leveren van wederzijdse zorg. Dit blijkt onder meer uit verklaringen van appellanten en het lage waterverbruik op het eigen adres van appellant 2.
De Raad concludeert dat de Svb terecht de pensioenen heeft herzien en ziet geen aanleiding om van deze herziening af te zien. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten een gezamenlijke huishouding voeren en wijst het hoger beroep af.