ECLI:NL:CRVB:2009:BH7069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.J.W. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig machinebediende, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 beëindigde het UWV de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Appellant maakte bezwaar en bracht diverse medische rapporten in, waarop een onafhankelijke psychiater, Meissner, werd ingeschakeld door de rechtbank. Meissner concludeerde dat appellant geen psychiatrische aandoening had die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
Het UWV herzag de arbeidskundige beoordeling en verhoogde de arbeidsongeschiktheid naar 15-25%, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn belastbaarheid werd overschat en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke klachten. De Raad overwoog dat het deskundigenoordeel van Meissner, gebaseerd op uitgebreid onderzoek en bestudering van alle medische stukken, leidend is, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, wat hier niet het geval was.
De Raad vond dat de medische en arbeidskundige gronden van het besluit deugdelijk waren en dat het verzoek tot benoeming van een extra psychiater niet nodig was. Ook was volgens de Raad het zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden, aangezien de lichamelijke klachten adequaat waren beoordeeld. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd, werden als medisch geschikt beschouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige gronden voldoende zijn onderbouwd.