ECLI:NL:CRVB:2009:BH7177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek gegrond
Appellant ontving sinds 1982 een bijstandsuitkering en was ingeschreven op een adres te Dordrecht waar hij een kamer huurde. Naar aanleiding van een fraudemelding en onderzoek ontstond twijfel over zijn werkelijke verblijfplaats. Op 23 juni 2006 weigerde appellant medewerking aan een huisbezoek, ondanks waarschuwing over de gevolgen hiervan.
Het College beëindigde daarop de bijstand per die datum en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant zich op het standpunt dat het huisbezoek onterecht was, maar de Raad oordeelde dat er objectieve feiten en omstandigheden waren die het huisbezoek rechtvaardigden, zoals onduidelijkheden over zijn woonadres en tegenstrijdige verklaringen.
De Raad verwierp de stelling dat het huisbezoek niet mogelijk was en concludeerde dat appellant door zijn weigering niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht volgens de WWB. Daarom was de beëindiging van de bijstand terecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De bijstand van appellant is terecht beëindigd wegens weigering medewerking aan huisbezoek.