ECLI:NL:CRVB:2009:BH7386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens gehuwd en geen duurzaam gescheiden leven
Appellant, gehuwd met [S.], vroeg bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag af omdat appellant niet als zelfstandig subject van bijstand kon worden aangemerkt vanwege zijn huwelijkse staat en het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.
Appellant leverde niet de gevraagde financiële gegevens van zijn echtgeno(o)t(e) aan, ondanks een schriftelijke oproep. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de juridische status van appellant als gehuwd leidend is en dat het feitelijk ongehuwd zijn niet tot een ander oordeel leidt. De gevraagde gegevens waren noodzakelijk voor een juiste beoordeling van de aanvraag. Het College maakte terecht gebruik van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens het niet tijdig aanleveren van gegevens.
De Raad zag geen reden om de proceskosten aan het College toe te wijzen en wees op de mogelijkheid voor appellant om binnen zes weken cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor bijzondere bijstand wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.