ECLI:NL:CRVB:2009:BH7768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering bevestigd
Appellant heeft tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering hoger beroep ingesteld nadat de rechtbank Almelo het eerdere besluit van het UWV vernietigde wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding. De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte een door appellant overgelegde psychologische rapportage niet aan de psychiater had voorgelegd die het UWV had ingeschakeld.
De Centrale Raad van Beroep constateert dat appellant zich met dit oordeel verenigt en daarom geen procesbelang heeft bij het hoger beroep. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar van appellant ongegrond wordt verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering wordt gehandhaafd.
De Raad toetst dit nieuwe besluit en concludeert dat de beperkingen van appellant adequaat zijn vastgesteld op basis van rapportages van verzekeringsartsen en de psychiater Timmerman. Hoewel appellant zich psychisch meer beperkt acht, is dit niet aannemelijk gemaakt. De Raad verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigt daarmee de intrekking van de WAO-uitkering per 5 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe UWV-besluit wordt ongegrond verklaard, waardoor de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.