ECLI:NL:CRVB:2009:BH8766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen appellant
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had het besluit genomen om de WAO-uitkering van appellant te herzien, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank had dit besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten, omdat het onderzoek naar de belastbaarheid van appellant zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep heeft het Uwv de medische grondslag van het besluit aangepast op basis van nieuwe rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige. De Centrale Raad van Beroep constateert dat hierdoor het oordeel van de rechtbank over de medische onderbouwing niet kan worden onderschreven en vernietigt zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank.
De Raad onderzoekt vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit toch in stand kunnen blijven. De appellant stelde dat zijn beperkingen waren onderschat en dat hij de geduide functies niet kon verrichten. De Raad oordeelt echter dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de vastgestelde beperkingen, mede gelet op de rapportage van psychiater Van Zandvoort en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Ook de geschiktheid van de functies is voldoende gemotiveerd en de Raad onderschrijft dat de functies controleur/tester elektrische apparaten en controleur/tester elektronische apparatuur verschillend zijn. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven daarom in stand. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.