ECLI:NL:CRVB:2009:BH9356
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsverzoek periodieke WUV-uitkering op basis van arbeid als boekhouder
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om herziening van de grondslag van zijn periodieke uitkering. Hij wilde dat deze werd vastgesteld op basis van zijn arbeid als boekhouder, in plaats van het minimumloon op basis van zijn laatstelijk uitgeoefende beroep in WSW-verband.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had ingebracht die het eerdere besluit konden wijzigen. Het medisch oordeel uit 1996, waarop het oorspronkelijke besluit was gebaseerd, was niet weerlegd met nieuwe medische gegevens. De verklaring van de huisarts bevestigde alleen reeds bekende psychosomatische rugklachten.
Daarom kon het bestreden besluit, waarin het verzoek tot herziening werd afgewezen, in rechte standhouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van herziening van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.