ECLI:NL:CRVB:2009:BH9984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling ouderlijke bijdrage door IB-Groep
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de IB-Groep waarbij de veronderstelde ouderlijke bijdrage voor het jaar 2007 op nihil is gesteld. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten geen belang meer hadden bij verdere beoordeling, aangezien een verdere verlaging niet mogelijk was.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat er wel degelijk procesbelang bestond vanwege een nog niet besliste bezwaarprocedure tegen een ander besluit van de IB-Groep inzake een verrekening van een studieschuld. Tevens stelden zij dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand had toegewezen.
De Raad overwoog dat het besluit over de studieschuld geen rol speelt in deze procedure en dat vergoeding van kosten niet mogelijk is omdat daarvoor niet tijdig een verzoek is ingediend. De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard.