ECLI:NL:CRVB:2009:BH9986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde studiefinanciering na afwijzing bezwaar verlegging peiljaar
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de IB-Groep waarin werd vastgesteld dat hij een bedrag van €1.021,32 te veel aan studiefinanciering had ontvangen. De IB-Groep bepaalde dat dit bedrag via verrekening moest worden terugbetaald. Dit volgde op de afwijzing van een verzoek tot verlegging van het peiljaar, wat de berekening van de aanvullende beurs beïnvloedde.
In hoger beroep stelt appellant niet langer de juistheid van de verlegging van het peiljaar ter discussie, maar betwist hij dat het besluit op bezwaar ook betrekking zou hebben op de terugvordering van de studiefinanciering. De Raad oordeelt dat het bezwaar tegen de terugvordering feitelijk geen grondslag heeft, omdat appellant geen specifieke gronden heeft aangevoerd tegen de wijze van terugbetaling.
De Raad benadrukt dat de IB-Groep niet verplicht is om in het besluit op bezwaar een nadere motivering te geven over de terugvordering en de wijze van verrekening. Appellant heeft ook in hoger beroep geen alternatieve wijze van terugbetaling voorgesteld of gesteld dat hij de schuld niet hoeft te voldoen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde studiefinanciering via verrekening bevestigd.