ECLI:NL:CRVB:2009:BI0242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstandsuitkering wegens onvolledige aanvraag en hersteltermijn
Appellante vroeg bijstand aan bij de CWI, maar het College stelde haar aanvraag buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde hersteltermijn alle benodigde bewijsstukken had aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de brief van het College van 26 september 2006 wel degelijk een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en dat het College het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De Raad stelt vast dat op 15 september 2006 een schriftelijke, zij het incomplete, aanvraag tot stand is gekomen. De hersteltermijn van twee werkdagen, opgelegd door de CWI, is niet rechtsgeldig omdat alleen het beslissingsbevoegde orgaan een hersteltermijn mag geven. Bovendien heeft het College appellante voorafgaand aan het besluit van 26 september 2006 geen hersteltermijn geboden. Hierdoor is het besluit op bezwaar van 9 januari 2007 onjuist.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het besluit van 9 januari 2007, verklaart het beroep gegrond en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen waarbij appellante binnen een redelijke termijn de gelegenheid moet krijgen haar aanvraag te completeren. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit om de bijstandsaanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd en het College moet appellante een redelijke termijn geven om de aanvraag te completeren.