ECLI:NL:CRVB:2009:BI0308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand verhuiskosten wegens onjuiste toepassing artikel 4:6 Awb
Appellant diende meerdere aanvragen in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van verhuiskosten, welke door het College van burgemeester en wethouders van Venlo werden afgewezen. De tweede aanvraag werd afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het College oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren sinds de eerdere afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro toepaste omdat de tweede aanvraag betrekking had op een verhuizing naar een andere woning op een ander tijdstip, met een tijdsverloop van ruim een jaar. Hierdoor moest de aanvraag volledig worden beoordeeld.
De Raad vernietigde het besluit van 9 maart 2007 en de uitspraak van de rechtbank, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant niet had aangetoond dat er sprake was van een relevante wijziging in zijn omstandigheden. De Raad veroordeelde het College tot betaling van de proceskosten en vergoedde appellant het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 4:6 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.